U bent hier

Lang leven de interieurschilderingen!

maandag 2 oktober 2017 - 10:40

‘….een goedkoop alternatief voor dure materialen’, ‘het was geen kunstschilder’, ‘het was in die tijd massaproductie’ of ‘het is moderne kunst’…… slechts een greep uit de altijd pijnlijke uitspraken omtrent interieurschilderingen. Dit type schilderkunst heeft maar al te vaak te maken met deze onderwaardering.

Een kunstwerk verdedigen

Ik sta geregeld op een project het kunstwerk te ‘verdedigen’: waarom het gerestaureerd moet worden of waarom het bewaard moet blijven. Men denkt dat een twintigste eeuwse plafondschildering niets meer zou zijn dan een fabrieksmatige decoratie, waarvan de maker vaak schilder wordt genoemd in plaats van kunstschilder en waarvan de sjabloonschilderingen slechts reproductiewerk zijn. De schilderingen en sjablonen werden vaak in het atelier vervaardigd. De voorstelling werd op doek geschilderd waarna dit op locatie tegen het plafond werd gelijmd. Meerdere mensen werkten in het atelier mee. De een was verantwoordelijk voor de luchtpartijen, de ander voor de putti en weer een ander voor de vogeltjes en bloemen. Maar maakt dát interieurschilderingen tot een minder gewaardeerde kunstvorm? Had Michelangelo niet ook ‘assistenten’ in de Sixtijnse kapel? Er waarom worden de kunstschilders van interieurstukken überhaupt ‘assistenten’ genoemd? In het atelier van Rembrandt heten ze opeens 'leerling'. Of zijn de twintigste eeuwse plafondschilderingen gewoonweg niet oud genoeg om mooi gevonden te worden?

Alternatief voor duurdere materialen?!

Ditzelfde geldt voor marmer- en houtimitaties. Deze technieken worden vaak weggeschreven als een goedkoop alternatief voor dure materialen, waardoor deze decoratieve schilderingen verdwijnen onder een dikke verflaag en wellicht nooit meer gezien worden. Niet alleen marmerimitaties op wanden of deuren vallen hieraan ten prooi. Ik kocht onlangs een ‘marmeren’ schouw van rond 1900. Toen ik de schouw ophaalde, zag ik dat dit geen echt marmer was. Een handelaar in antieke schouwen vertelde mij dat dit soort schouwen rond 1900 erg populair was en dat er vandaag de dag niet veel waardering voor zou zijn en daarom geregeld uit woningen worden gesloopt, ook mede omdat men denkt dat er asbest in zou kunnen zitten. Deze gegoten schouwen zijn cement gebonden en versterkt met bijvoorbeeld stro. Ze worden vervaardigd in een mal waarin de marmerschildering was aangebracht. Veel van deze schouwen missen de bovenplaat, want die is eenvoudig te demonteren en af te voeren. Vanwege de onderwaardering zijn er nog weinig exemplaren bewaard gebleven. Op 12 september heb ik een groot stuk lambrisering vrijgelegd in een privéwoning in Rotterdam. In het bestek van de woning uit 1910 stond beschreven dat de lambrisering in gangen en trapportaal gedecoreerd werd met ‘stucmarmer’. Stucmarmer is samengesteld uit gips, lijmwater en poederpigmenten. Hiermee wordt een gipsmortel gemaakt. De gipsmortel kan in dunne laagjes met een borstel op de muur worden gezet soms tot twintig lagen, ofwel eerst worden uitgerold tot zogenaamde plakken van ongeveer anderhalve centimeter dik die op de muur worden aangebracht. Hierna wordt het oppervlak zorgvuldig geslepen en gepolijst. Vanwege het arbeidsintensieve werk is stucmarmer duurder (!) dan echt marmer. De meest ingewikkelde marmers kunnen worden geïmiteerd op grote wandvlakken, zuilen of andere oppervlakken. Het biedt mogelijkheden die met echt marmer moeilijker of niet uit te voeren zijn. Ieder gewenst oppervlak kan uit één stuk worden gemaakt, ook bij de hoeken. Doordat het tot eenzelfde glansgraad kan worden gepolijst als natuursteen, kan het goed naast elkaar worden toegepast. Stucmarmer is een van de meest spectaculaire stukadoorstechnieken. Met het bestek in mijn achterhoofd heb ik in de lambrisering een klein inspectievenster gemaakt, waarna bleek dat deze prachtige decoratietechniek nog aanwezig was onder een aantal verflagen, en wel in een zeer goede conditie! Het vrijleggen ging gemakkelijk en in slechts 10 minuten zag een groot stuk voor het eerst in vele decennia weer daglicht. Van deze vondst ging mijn hart sneller kloppen, een combinatie van historische sensatie en mijn grote voorliefde voor marmer(imitaties). Ik kon mijn enthousiasme overbrengen op de huiseigenaren, waardoor deze decoratietechniek door de gangen heen vrijgelegd gaat worden! En zo is deze kostbare techniek in Rotterdam weer een langer leven beschoren…

Zoektocht naar een langer leven voor wederopbouw schilderingen

Diezelfde middag was ik aanwezig bij een bijeenkomst in het Dijkzigt gebouw van het Erasmus MC in Rotterdam, waar voor vier wandschilderingen een lang leven onzeker lijkt…. Het Erasmus MC zit in een grootschalig nieuwbouwproject en alle oude bouwdelen zullen gesloopt gaan worden. Een aantal enthousiaste en gedreven mensen zetten zich hier in voor behoud van vier prachtige schilderingen uit 1961 van kunstenaars Dolf Henkes (1903-1989), Johan van Reede (1921-2006), Kees Franse (1924-1982) en Louise van Roode (1914-1964). Omdat het gebouw in 2018 wordt gesloopt, wordt hard gezocht naar een nieuwe bestemming voor de wandschilderingen die een prachtig voorbeeld zijn voor de Rotterdamse wederopbouw kunst. Onder andere het Centrum beeldende Kunst Rotterdam CBK en de bond Heemschut hebben onderzoek naar de mogelijkheid tot behoud ervan aangespoord.

De zoektocht online volgen

Geert Lebbing van Kunst en Stadswerk houdt een blog bij op de website van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Erfgoed van de Moderne Tijd, Want kunst in Dijkzigt. In de afgelopen maand is onderzoek gedaan naar de Strappo techniek door Annelies Toebes en Marjan de Visser. De strappotechniek behelst het afstrippen van de schildering, zodat deze op een andere drager kan worden overgezet. Marjan heeft verfmonsters genomen voor bindmiddelanalyse zodat ingeschat kon worden of deze techniek toepasbaar was. Annelies, die inmiddels veel ervaring heeft in deze techniek, heeft vervolgens in haar atelier proeven uitgevoerd, waarna de daadwerkelijke proef in situ kon worden getest. De proef bleek geslaagd! De verflaag is afgenomen. Naar aanleiding hiervan zijn we bijeengekomen om de resultaten en het vervolg te bespreken. Van de werkgroep muurschilderingen van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed waren Bernice Crijns en ikzelf aanwezig. Merel Lantman was aanwezig namens de Universiteit van Amsterdam. Zij gaf aan dat er vanuit de UvA kan worden bijgedragen aan het onderzoek naar de materialen voor deze techniek, middels een scriptieonderwerp voor een van de studenten. Restaurator van steenachtige materialen Aga Rijnboutt was aanwezig namens de werkgroep Historische Binnenruimten van RN. Geert, Marjan en Annelies hebben vragen beantwoord en een mondelinge toelichting gegeven op het onderzoek. Marjan liet een filmpje zien waarin Annelies de verflaag afpelt. Dat was indrukwekkend om te zien, en ook het bijbehorend geluid tijdens het afpellen van de schildering, vonden we allemaal heel spannend. Op de verflaag wordt een drager geplakt met sterke lijm. Na droging wordt vervolgens de drager met verflaag en al van de stucdrager getrokken. Daarna moet de verflaag weer worden losgeweekt van de drager en op een nieuwe drager worden overgezet. Bij dit proces wordt warmte en vocht gebruikt. Ondanks het succes zijn er nog wat vragen voor het vervolgonderzoek. Zo gaf Merel aan dat de PVA verf wellicht warmte- en watergevoelig is. De eigenschappen van de gebruikte verf en van de toe te passen techniek wanneer de schildering van de drager wordt ‘afgeweekt’ moet moeten nog verder worden onderzocht. Ook wordt de schildering in delen afgenomen. De wat rafelige rand die hierbij ontstaat moet bij terugplaatsing worden hersteld. Op deze onderzoeksvragen hopen we spoedig antwoord te krijgen. In het kader van RCE onderzoeksproject Programma Erfgoed van de Moderne Tijd, Leren van restauratieve ingrepen aan muurschilderingen (PEMT), heb ik in week erna verfmonsters genomen van alle vier de muurschilderingen. De verfmonsters worden door Matthijs de Keijzer en Rutger Morelissen van de RCE onderzocht op gebruikte pigmenten. Zo ontstaat naast de informatie over het gebruikte bindmiddel een compleet beeld over het kleurenpalet van de kunstenaars. Het PEMT project heeft als doel om de deskundigheid te bevorderen op het gebied van toepassing, veroudering, en onderhoud van materialen uit de moderne tijd. De onderzoeken binnen het project leveren kennis op over bijvoorbeeld eigenschappen van moderne materialen en de daarbij kenmerkende conserveringsproblematiek, waardoor toepasbare methoden voor de conservering en restauratie ontwikkeld kunnen worden.

Workshop in het verschiet

Voor Restauratoren Nederland zal ik een workshop organiseren, gegeven door Annelies Toebes, waarin je kennis kunt maken met de techniek van Strappo! Voor restauratoren van historische binnenruimten een heel interessant onderwerp om van op de hoogte te zijn, want deze techniek behoort tot de mogelijkheden wanneer een langer leven voor een schildering gewenst is!

Taal 
Nederlands

Reacties