U bent hier

Museumcollecties en –objecten die van belang zijn geweest voor de transformatie van het Nederlandse museum sinds 1990.

donderdag 7 september 2017 - 16:09

Ze wordt wel de Mona Lisa van het Mauritshuis genoemd: het Meisje met de Parel van Johannes Vermeer. De bestseller van Tracy Chevalier en de verfilming hebben het schilderij een sterrenstatus bezorgd.

Welke Nederlandse museumcollecties zijn van belang geweest voor de transformatie van het museum in Nederland sinds 1990? En waarom?

Vanaf 1990 bepaalde de verzelfstandiging van de rijksmusea de teneur in de ontwikkeling van de Nederlandse musea.

Op de eerste plaats was de verzelfstandiging aanleiding voor een grootscheepse inhaaloperatie op het gebied van beheer en behoud van de museumcollecties in Nederland. Het Deltaplan voor Cultuurbehoud, waartoe de toenmalige minister voor cultuur Hedy d’Ancona op verzoek van de Tweede Kamer had besloten, voorzag in een miljoenensubsidie voor de verbetering van de bewaaromstandigheden in de Nederlandse musea. De jaren negentig stonden voor vele musea in het teken van verbetering van depots en museumgebouwen.

Daarnaast is de verzelfstandiging het begin geweest van een ontwikkeling waardoor de musea zich meer zijn gaan richten op het publiek en de samenleving. Noodgedwongen, zou je kunnen zeggen. Want door de terugtredende overheid moest het museum op zoek naar nieuwe inkomstenbronnen. Meer publiek betekent meer kaartjes en werd een bittere noodzaak om te kunnen overleven. Bovendien, de politiek vroeg steeds nadrukkelijker dat het museum aantoont wat het betekent voor de samenleving. De verandering begon onder druk, maar lijkt steeds meer door de musea te worden omarmd.

De musea in Nederland zijn sinds 1990 in veel opzichten veranderd. Je kunt met recht spreken van een transformatie. Van een sterk op de collectie en - als gevolg daarvan - naar binnen gerichte instelling heeft het museum zich als het ware geopend voor publiek en samenleving. Die transformatie is terug te zien in de museumverbouwingen en renovaties. Minder opvallend misschien, maar minstens zo belangrijk zijn tal van andere factoren en veranderingen in het museumbedrijf die aan die transformatie hebben bijgedragen. Bijvoorbeeld de collectie.

Hieronder noem ik vijf collecties, die een opmerkelijke bijdrage hebben geleverd aan de transformatie van het Nederlandse museum sinds 1990. Ze worden gesymboliseerd door een object uit de collectie dat in die bijdrage een hoofdrol speelt.

1. Mauritshuis Den Haag: met de tentoonstelling van Vermeer en de enorme hype rond het Meisje met de Parel / The Girl with the Pearl Earring heeft het Mauritshuis een nieuwe dimensie gegeven aan de museumcollectie met de celebritystatus van Vermeer en met name zijn meesterwerk het Meisje met de Parel. Terwijl de collectie op wereldtournee was verwierf een tweede werk uit de collectie sterrenstatus: het Puttertje van Carel Fabritius. De nieuwe bestseller van Donna Tartt getiteld Goldfinch zorgde voor een ongekende belangstelling voor het kleine meesterwerk. The Frick Collection, waar de collectie tentoongesteld werd toen Tartts boek The Goldfinch uitkwam, moest het schilderij in een aparte zaal ophangen om de enorme toeloop te kunnen opvangen. De wereldtournee van de collectie heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan de financiering van de verbouwing, uitbreiding en renovatie van het museum.

2. Natuurhistorisch Museum Rotterdam: conservator Kees Moeliker plaatste de klassieke collectie van het Natuurhistorisch Museum in een geheel nieuw licht door de verzamellijn Dieren met een Verhaal. Het begin van die verzamellijn wordt gemarkeerd door de woerd waarmee Moelijker wereldfaam verwierf als onorthodox onderzoeker. Deze eend vloog zich op 5 juni 1996 te pletter tegen de glazen wand van de nieuwe vleugel van het museum, terwijl hij werd achtervolgd door een andere woerd. De scene die volgde beschreef Moeliker als homofiele necrofilie in een publicatie die hem de IgNobel prijs opleverde.  

3. Amsterdam Museum: een vierkante meter vrijmarkt is een van de opmerkelijkste aanwinsten van het Amsterdam Museum. Het museum verwierf het gehele aanbod van een Amsterdams meisje dat haar overtollige speelgoed te koop aanbood op de vrijmarkt in Amsterdam.

4. Rijksmuseum Amsterdam: het Rijksmuseum staat niet bekend als een revolutionair museum. De beeldende kunst van de twintigste eeuw is pas sinds kort aan het verzamelgebied van het museum toegevoegd. En dan nog wordt er een veiligheidsmarge gehanteerd van tenminste 25 jaar. Daarmee staat de verwerving van het pistool waarmee Volkert van der Gaag Pim Fortuyn op 6 mei 2002 vermoorde in schril contrast. De aanwinst vormt een statement: het museum dient objecten in de collectie op te nemen die symbool staan voor diepe en ingrijpende veranderingen en gebeurtenissen in de Nederlandse samenleving.

5. Van Abbemuseum Eindhoven: een bruikleen van de Picasso (Buste de Femme) uit de collectie van het Van Abbemuseum aan de kunstacademie in Ramallah, Palestina, vormde een scherpe uitspraak over het internationale bruikleenverkeer van de grote Westerse musea. Die doen betrekkelijk weinig om hun collectie een bijdrage te laten leveren aan een vergroting van de kansen van minderheden en onderdrukten op deze wereld. 

Er zijn natuurlijk meer objecten en collecties die een markante rol hebben gespeeld in de transformatie van het Nederlandse museum sinds 1990. Laat mij weten welke collectie of welk object u relevant vindt voor de ontwikkeling die het Nederlandse museum sinds 1990 heeft doorgemaakt. Mail uw suggestie naar a.kok@cultureelerfgoed.nl  

In een volgende blog ga ik in op de museumdirecteuren die een (opmerkelijke) rol hebben gespeeld in de transformatie van het Nederlandse museum sinds 1990. Heeft u suggesties? Laat het weten via a.kok@cultureelerfgoed.nl

Taal 
Nederlands

Reacties