U bent hier

Wondermiddel in de restauratie?

zondag 3 december 2017 - 22:30
nano-kalk testopstelling

10 cc. van het materiaal ingedruppeld in het zilverzand en na twee weken eruit gehaald en inmiddels zijn ze eigenlijk allemaal verkruimeld, behalve de 25% –ige versie. Die voelt nog goed aan, al moet je er ook niet te hard inknijpen! maar, dat hoeft in de praktijk ook niet, als je nèt iets meer stevigheid kunt geven is dat vaak al heel mooi.

Bij het materiaal technisch onderzoek binnen het programma ‘Erfgoed van de moderne tijd’ kijken we terug in de tijd. Wat werd er gebruikt, wat wordt er mogelijk nog steeds gebruikt en wat zou je kunnen gebruiken bij de restauratie van schilderingen? Bijna alle middelen die we uit de literatuur hebben kunnen achterhalen zijn bedoeld om meer samenhang te geven aan poreuze of poederende ondergronden of muurschilderingen. Daarbij stonden en staan een paar gewenste eigenschappen voorop.

Wenselijke eigenschappen

Liefst een goede en diepe indringing tot op de ‘gezonde’ ondergrond. Er mag geen verkleuring optreden, ook niet op de langere termijn. Het middel mag de ondergrond ook niet ‘verstoppen’, om te voorkomen dat je geheel andere bouwfysische eigenschappen krijgt. Als er iets belangrijk is in de restauratie van schilderingen, pleisterwerk of steenachtige materialen dan is het wel dat je zo weinig mogelijk aan de eigenschappen van het bestaande materiaal wilt veranderen.

Grillen van Moeder Natuur

En, juist als de schildering verpoederd of loslaat zijn dat signalen dat er iets mis is of was. Verander je dan plaatselijk zaken als waterdampdoorlatendheid of samenhang, dan kan het zijn dat Moeder Natuur je komt afstraffen. De voorbeelden zijn de restauratiespecialisten natuurlijk wel bekend; de verdonkerde vettig ogende Paraloïd oplossing die niet voldoende is ingedrongen, de lijmresten die niet meer oplosbaar blijken te zijn, de glans die alleen maar erger wordt naarmate je met nog meer oplosmiddeltjes aan de gang gaat. En, als er al een vocht- of zoutprobleem was, kan dat zich zomaar verergeren of iets verderop opnieuw naar buiten komen. Moeder Natuur laat niet met zich spotten en wenst serieus genomen te worden!

Oplossing der oplossingen?

En dan komt er iets nieuws! De oplossing der oplossingen die al die nadelen niet lijkt te hebben: we maken de impregnatiedeeltjes kleiner, zó klein dat ze zelfs in de fijnste poriestructuur kunnen indringen en daar een uiterst verfijnd verstevigend netwerkje geven. We spreken dan over nano-materialen. Nano. Nano staat voor nanometer, (symbool nm) en is een lengtemaat die is afgeleid van het SI-stelsel, gelijk aan 10-9 meter, dus 0,000 000 001 meter of een miljardste van een meter. De gemiddelde porie in een steenachtige ondergrond is daarbij vergeleken een soort Coentunnel. De technologie om materialen zó fijn te verkrijgen is de laatste jaren steeds verder ontwikkeld en nu is er dus ook Nano-kalk! Zeer fijn verdeelde calciumhydroxide die bovendien niet alleen in water zit, maar in een oplosmiddel, zoals bijv. ethyl- of isopropylalcohol. Dat geeft het voordeel dat je een heel goede benatting van de ondergrond krijgt en dito goede indringing.

Tijd om te testen

Zo'n middel willen we graag testen. Dus, een monsterset met verschillende varianten nano-kalk aangevraagd, varianten in soort oplosmiddel en concentratie van kalk. Een mailtje naar Calosil, IBZ-Salzchemie GmbH & Co.KG, Schwarze Kiefern 4, 09633 Halsbrücke . Wel ook nog even € 150,21 overmaken en vijf dagen later komt er een mooi doosje met verschillende flesjes, meer of minder wit. Onder het motto: fijn zilverzand is het eindstadium van verwering van steenachtige materialen, diverse bekertjes daarmee gevuld en van de verschillende nano-kalksoorten telkens 10 cc. erin laten druppen. De opstelling zodanig gemaakt dat nooit alle zand verzadigd kan worden, maar dar de overmaat zilverzand als het ware de zuigende muur of de pleisterlaag is. Alle varianten dringen meteen in en in het begin ligt er een dunne witte waas over de zandkorrels, die echter na een uur wegtrekt.

De eerste bevindingen

Daarna begint alles te drogen en zowaar, er lijkt enige samenhang in de korrels te komen.
Na drie weken, dan moet toch iets van een kalkbinding zijn ontstaan, de bekertjes voorzichtig leeggemaakt en de nu samenhangende klompjes aan elkaar gekit zand bekeken en bevoelt. De Calosil E, die ca. 50 gram nanokalk per liter bevat en is gedispergeerd in ethanol blijkt eigenlijk de enige te zijn die niet meteen bij even voelen uit elkaar valt. Na ongeveer twee maanden is zelfs een soort ‘stevigheid’ ontstaan. Er is geen kleurverschil met het droge zand, de indringing is meerdere centimeters en de wateropname na die twee maanden laat geen verschil zien ten opzichte van het gewone zand. De korrels zijn gekit, maar er is dus een open poreuze structuur gebleven.

Bescheiden applicatieproeven

Zou dit wonder per kilo werkelijk de vernieuwing zijn waar we eigenlijk allemaal op wachten? Eindelijk materialen repareren min of meer met gelijke materialen? Mooi homogeen, geen verkleuring, behoorlijke indringing. Het klinkt bijna te mooi om waar te zijn. Maar, het lijkt inderdaad waar. Ik kan me dan ook voorstellen dat er hier en daar bescheiden applicatieproeven mee worden genomen. Niet meteen alles en overal, zoals dat vaak gebeurde in het verleden: ‘iets nieuws, ha!’. Meteen gebruiken en er pas jaren later achter komen dat het product vergeelde, onoplosbaar werd of de ondergrond volkomen verstopte. Gelukkig is het product duur! Dat remt de inzet per liter en per vierkante meter. Maar voor wie wil: Calosil heet het, IBZ salzchemie maakt het.

We zijn benieuwd! En, niets geheim houden, maar juist met elkaar, bijvoorbeeld op dit forum, kennis en ervaring uitwisselen. Ook dat was tot in het recente verleden niet gebruikelijk!

Reacties